In de grote gevaarlijke wereld die internet heet, ben ik prima beschermd. Op mijn Twitter-account zit zo'n kuis slotje en mijn Facebook-account is alleen voor vrienden zichtbaar.
En Hyves? Ach, de enige die me daar nog kan vinden is mijn driejarige oppaskindje. Toch?
Ik besluit eens na te gaan hoeveel er eigenlijk over mij te vinden is, zo zwevend op dat world wide web. Uit nieuwsgierigheid. En ook een beetje uit eigengeilerij natuurlijk. Want geef toe: je eigen naam googelen behoort toch tot ieders guilty pleasure.
+1 voor mijDe eerste links die ik vind, verwijzen naar mijn Twitter- en Facebook-account. Die dus heel netjes afgeschermd zijn: +1 voor mij.
Dan een link naar de site van onze band, ook niks mis mee. Wel een beetje jammer dat onze Hyves-pagina, die we al drie keer geprobeerd hebben op te heffen, daar nog boven staat.
Verkering vragenEven later kom ik *klikkerdeklik* uit bij één van mijn eerste blogs die ik ooit schreef voor Cosmogirl, waarin ik mijn (inmiddels ex-)vriendje verkering vraag. Heel leuk natuurlijk, maar er staat niet bij dat het na drie maanden alweer uit ging.
Zo is de hele internettende wereld nog steeds overtuigd van onze rooskleurige relatie, die toch echt al een half jaar niet meer bestaat.
Allerzielen AllichtEn ja hoor, zelfs het filmpje dat ik laatst op YouTube gooide in een poging de nieuwe Esmée, Justin of Birdy te worden (ahum), komt snel opduikelen tussen de Google-resultaten.
*scroll scroll*
Voor de rest vind ik vooral een hoop rotzooi en links waarvan ik me afvraag hoe die ooit énige relatie kunnen hebben tot mijn naam. De Gooische Hockeyclub? De Allerzielen Allicht-colofon, in samenwerking met een begraafplaats?
Uh oh: Google AfbeeldingenDaarom besluit ik over te stappen naar Google Afbeeldingen. Daar is het meteen raak. De eerste drie foto's tonen een hoop blonde krullen op een blije kop. That's me indeed.
Een eindje verderop tref ik deze foto aan:
Autsj, very charming... Ik kan me niet herinneren wanneer dit prachtportret geknipt is, en al helemaal niet door wie of wat het daarna het internet heeft kunnen bereiken. En, misschien nog veel belangrijker, hoe ik dit er in godsnaam weer vanaf krijg!
Een slotje is niet genoegAl bladerend en surfend op zoek naar mijn internetverleden, merk ik al snel dat het simpelweg afschermen van je Twitter- en Facebook-account blijkbaar niet voldoet.
Het verbergt al een hoop, maar behoedt je nog steeds niet voor openbare genante uitgaansfoto's en eeuwenoude klassensites met liefdesverklaringen aan je aardrijkskundeleraar in het gastenboek. Want sommige dingen lijken zó vastgeroest op internet (*ahumHyvesahum*) dat je ze met geen mogelijkheid meer weg krijgt.
What to do?Oké, ik ben dus niet zo safe en onzichtbaar op het net als ik dacht. Maar ga ik nu halsoverkop alles uit de kast trekken om ál die sporen uit te wissen? Daar ben ik veel te lui voor - en jij waarschijnlijk ook.
Maar toch: het kan geen kwaad om jezelf zo nu en dan te googelen om jezelf bewust te worden van die ene dronken vakantiefoto of bizarre homevideo. En 'm in elk geval proberen te verwijderen - je weet immers nooit wat die knappe aardrijkskundeleraar allemaal ziet...
En sommige, sómmige foto's, moeten überhaupt niet eens gemaakt worden. Je weet zelf wel welke ik bedoel.
Stel: we beginnen helemaal opnieuw. We bedenken een school vanaf de grond. Zou er dan weer een groot gebouw uitkomen waar vierhonderd kinderen negen korte lessen op een dag hebben? Met pratende leraren en niet-luisterende leerlingen?
Ik denk het niet. School kunnen we ook op een veel betere manier aanpakken. En wel zo.
Dit is een vervolg op een eerder gepubliceerde column: school vermoordt onze creativiteit.
Het kan zoveel beterWant zoals het nu gaat, is het niks. Je zit vier, vijf of zes jaar op school. Na de onderbouw heb je de meeste 'basiskennis' wel gehad en mag je een profiel kiezen. Maar kies je dan wat je leuk vindt? Nee, meestal iets waar je het juiste papiertje mee kunt halen.
Want ja, misschien wil je wel dokter worden, maar boeit natuurkunde je echt geen moer. Of vind je het juist vet interessant, maar wil je toch liever economie studeren. En wie weet er nou écht wat-'ie wil op z'n vijftiende? Zou je niet veel meer moeten doen in de praktijk om daar achter te komen?
Zou je niet moeten leren wat je wilt leren?
Coaches en expertsDaarom stel ik voor: na de onderbouw geen profielkeuze en bovenbouw meer, maar een aantal grote projecten. Je mag zelf kiezen met wie, waarover en hoe je die doet. Ik zou bijvoorbeeld met een paar anderen een onderzoek kunnen doen naar Shell. Ik vind Shell niet bijzonder interessant, maar ik wil er misschien wel iets meer over weten.
Maar met googelen alleen kom je er niet. Ik regel bijvoorbeeld een gesprek met mijn aardrijkskundeleraar, een 'expert' op dit gebied, maar ook een interview met een Shell-werknemer. En naast de experts voor de informatie hebben we ook nog contact met een coach: een 'gewone' leraar die ons begeleidt in het hele project.
Op die manier doet elke leerling een stuk of zes superleerzame projecten per jaar, die hij/zij zelf kan bedenken en inrichten.
Diploma wordt portfolioDat gaat dan drie jaar lang zo door: je leert door te doen, te onderzoeken en te ontdekken wat je wel en niet interessant vindt. Op die manier bouw je een portfolio op met alle projecten die je hebt gedaan.
Een toekomstige baas kan zien wat je gedaan en geleerd hebt en beslissen of hij iets aan die kennis heeft. Ziet hij wel iets in jouw ervaring? Mooi, dan heb je een baan!
En studeren dan?En als je nog helemaal geen baan wilt of kunt krijgen, dan weet je na drie jaar in ieder geval veel beter wat je interessant vindt, dan wanneer je al die tijd verveeld in de schoolbanken zou hebben gezeten. Na drie projectjaren kun je écht kiezen voor iets wat je graag wilt, in plaats van aan een 'mwah, klinkt wel leuk'-studie te beginnen en die vervolgens nooit af te maken.
School zonder murenBovendien is dat hele 'school is een gebouw waar je elke werkdag van 9 tot 4 zit voor een diploma'-idee behoorlijk achterhaald. Je gaat immers zelf regelmatig op pad om informatie te vinden en kunt je coach toch ook ergens anders ontmoeten?
Ik denk dat we dat gebouw en die muren niet écht meer nodig hebben als mijn plan werkelijkheid zou worden. Met een laptop en internetverbinding kunnen we heel ver komen. Als we maar willen.
Motivatie?"Ja, allemaal fijn en zo, maar wie zorgt er voor dat je dan niet elke avond uitgaat, laat opstaat en af en toe eens een paar regeltjes uit je duim zuigt voor je project?" zul je nu misschien denken. Oké, in het begin zal iedereen dat misschien wel doen. Maar als je een projectonderwerp kiest dat je echt leuk vindt, dan krijg je vanzelf zin om aan de slag te gaan. En anders is er altijd je coach nog.
Want tja, ons onderwijs is al heel lang hetzelfde, maar de wereld verandert. We hebben bijna altijd en overal toegang tot internet, daar móeten we gewoon iets mee doen. Als de wereld verandert, dan moet het onderwijs ook veranderen. Anders kan school ons toch niet voorbereiden op het 'echte' leven?
Is dit dè manier? Ik weet het niet, maar het is in elk geval een begin. Wat denk jij?
Mauro, Sahar en Jossef: allemaal trieste gevallen van een 'faal' in het Nederlandse immigratieproces.
Op Facebook kun je kiezen tussen twee kampen: die van "flikker lekker op naar je eigen land" en die van "Zo'n kind kan niet meer terug naar een land dat-'ie ontgroeid is." Welke kant kies jij, die van het systeem of die van de emotie?
De sociale media staan er bol van. Bij elke jongere weer.
Bij Mauro begon het met een -mijns inziens storende- Facebookstatus van iemand: "Zie je wel dat die neger terug moet naar zijn eigen land, alle mensen die hem steunen zijn kneuzen."
Jammer voor sommigenDriehonderd reacties later en flink veel likes verder, is er nog niks veranderd. Behalve toen bekend werd dat Mauro mocht blijven en ik dát bericht plaatste, met daarbij "Jammer voor sommige mensen".
Moeten we schrikken van de harde taal die jongeren, van dezelfde leeftijd als Mauro en Sahar, aanslaan? Komt dat door hun ouders, of worden ze gemotiveerd door sommige media?
Stukken vuilnisMoeten we ons niet schamen voor keiharde woorden die het web op worden geslingerd? Over mensen van vlees en bloed, alsof het stukken vuilnis zijn? Lekker makkelijk om zoiets te zeggen als je zelf midden in alle rijkdom zit. Over een jongen die door onze eigen regering en diens trage beleid z'n eigen cultuur compleet is ontgroeid? Voelen we ons dan goed?
Het grootste argument van de tegenstanders is dat er honderden andere jongeren hetzelfde te wachten staat. "Waarom zouden we dan aandacht besteden aan eentje?", zo redeneren zij.
Nooit meer aandachtLaat ik dan een tegenvraag stellen: betekent dat dat we dan helemaal nooit meer aandacht meer moeten besteden aan jongeren -oftewel mensen- die onterecht het land worden uitgeloodst? Die na jaren ergens te hebben gewoond, uiteindelijk toch geen verblijfsvergunning krijgen en weggestuurd worden?
Shame shit, different person. Of het nou Sahar is die in een stacaravan moest wonen, of roze-koeken-etende Jossef die na acht jaar het land uit wordt gestuurd. En dan het toppunt: Mauro. Na 10 jaar!
Who's next?Het ontbreekt aan alle logica: er zijn zoveel jongeren die 'legaal' Nederlands zijn, aan de alcohol, wiet en andere drugs zitten, veel spijbelen, bushokjes slopen. Die mogen blijven, maar die hardwerkende brave asielzoekers? Weg ermee!
Het is wachten op de volgende jongere en de volgende Facebookhype. Wordt het een Afghaanse jongen die voetbalt als Johan Cruijff of een Angolese stroopwafel-eter? En welke hashtag verzinnen we daarvoor?
Gelukkig bestaat er ook het -kleine- andere kamp. Die van die likes op m'n tegenstribbelende reacties. En motiverende opmerkingen die al het bovenstaande weer een beetje nuanceren.
Mooi, er zijn dus nog wel jongeren die een beetje logisch kunnen voelen. Want dat gebeurt nu nog te weinig, en het klakkeloos navolgen van het ordinaire uitgooisysteem te veel.
Elk persoon heeft een individuele behandeling nodig, dus laten we nooit verzuipen in die oprotcultuur die nu al online lijkt te overheersen. Zoals Gandhi het zei: "The function of a civil resistance is to provoke response and we will continue to provoke until they respond or change the law. They are not in control; we are."
Zolang we deze mensen blijven helpen, zal de regering gedwongen zijn iets te doen. En volgens mij is er tegenwoordig geen betere plek om dat te veroorzaken dan online.
Mauro, Sahar en Jossef: allemaal trieste gevallen van een 'faal' in het Nederlandse immigratieproces.
Je kunt kiezen tussen twee kampen: die van "flikker lekker op naar je eigen land" en die van "Zo'n kind kan niet meer terug naar een land dat-'ie ontgroeid is". Welke kant kies jij, die van het systeem of die van de emotie?
Facebook en Twitter staan er bol van. Bij elke jongere weer. Who's next?
Bij Mauro begon het met een -mijns inziens storende- Facebookstatus van iemand: "Zie je wel dat die neger terug moet naar zijn eigen land, alle mensen die hem steunen zijn kneuzen."
Jammer voor sommigenDriehonderd reacties later en flink veel likes verder, is er nog niks veranderd. Behalve toen bekend werd dat Mauro mocht blijven en ik dát bericht plaatste, met daarbij "Jammer voor sommige mensen".
Moeten we schrikken van de harde taal die jongeren, van dezelfde leeftijd als Mauro en Sahar, aanslaan? Komt dat door hun ouders, of worden ze gemotiveerd door sommige media?
Stukken vuilnisMoeten we ons niet schamen voor keiharde woorden die het web op worden geslingerd? Over mensen van vlees en bloed, alsof het stukken vuilnis zijn? Lekker makkelijk om zoiets te zeggen als je zelf midden in alle rijkdom zit. Over een jongen die door onze eigen regering en diens trage beleid z'n eigen cultuur compleet is ontgroeid? Voelen we ons dan goed?
Het grootste argument van de tegenstanders is dat er honderden andere jongeren hetzelfde te wachten staat. "Waarom zouden we dan aandacht besteden aan eentje?", zo redeneren zij.
Nooit meer aandachtLaat ik dan een tegenvraag stellen: betekent dat dat we dan helemaal nooit meer aandacht meer moeten besteden aan jongeren -oftewel mensen- die onterecht het land worden uitgeloodst? Die na jaren ergens te hebben gewoond, uiteindelijk toch geen verblijfsvergunning krijgen en weggestuurd worden?
Shame shit, different person. Of het nou Sahar is die in een stacaravan moest wonen, of roze-koeken-etende Jossef die na acht jaar het land uit wordt gestuurd. En dan het toppunt: Mauro. Na 10 jaar!
Who's next?Het ontbreekt aan alle logica: er zijn zoveel jongeren die 'legaal' Nederlands zijn, aan de alcohol, wiet en andere drugs zitten, veel spijbelen, bushokjes slopen. Die mogen blijven, maar die hardwerkende brave asielzoekers? Weg ermee!
Het is wachten op de volgende jongere en de volgende Facebookhype. Wordt het een Afghaanse jongen die voetbalt als Johan Cruijff of een Angolese stroopwafel-eter? En welke hashtag verzinnen we daarvoor?
Gelukkig bestaat er ook het -kleine- andere kamp. Die van die likes op m'n tegenstribbelende reacties. En motiverende opmerkingen die al het bovenstaande weer een beetje nuanceren.
Mooi, er zijn dus nog wel jongeren die een beetje logisch kunnen voelen. Want dat gebeurt nu nog te weinig, en het klakkeloos navolgen van het ordinaire uitgooisysteem te veel.
Elk persoon heeft een individuele behandeling nodig, dus laten we nooit verzuipen in die oprotcultuur die nu al online lijkt te overheersen. Zoals Gandhi het zei: "The function of a civil resistance is to provoke response and we will continue to provoke until they respond or change the law. They are not in control; we are."
Zolang we deze mensen blijven helpen, zal de regering gedwongen zijn iets te doen. En volgens mij is er tegenwoordig geen betere plek om dat te veroorzaken dan online.
De stakende docenten waren donderdag woest. Als 't zou kunnen, zouden ze minister Van Bijsterveldt de klas uitsturen en heel wat middagen laten strafcorveeën. Dat zal d'r leren!
Die bezuinigingen en 1040-urennorm maken 't lesgeven er niet bepaald makkelijker op. En dan heb je ook nog die klierende pubers en stapels nakijkwerk. "Raad je jongeren nog wel aan om ook leraar te worden?" vroegen we vijf creatieve stakers.
Marcel Blankensteijn, docent wiskunde op het Griftland College in Soest:
"Ik vind dat je het beroep moet kiezen dat je het allerleukst vindt: bij mij is dat lesgeven. Na een aantal jaar in als leraar heb ik een tijdje in het bedrijfsleven gewerkt, maar ik ben weer teruggekomen. Voor de klas is toch echt mijn plek.
Het is namelijk zó mooi om kinderen iets te leren en ze op te voeden – want daar ben je toch vooral mee bezig. Jongeren leren graag en snel, en er is niks mooiers dan een leerling die zegt dat hij iets eindelijk begrijpt of probleemloos z'n huiswerk heeft kunnen maken. En dat hoor ik bijna elke dag wel!"
Loes Belger, docent tekenen en textiel op het Karel de Grote College in Nijmegen (onherkenbaar in de menigte, maar eigenaar van het wij zeuren door-spandoek:
"Oeh...da's een moeilijke vraag! Maar ik denk het wel. Het is zó ontzettend mooi om jongeren tijdens hun ontwikkeling te helpen en ze te steunen. Afgelopen maandag had ik bijvoorbeeld een gesprek met een examenleerling die nu al weet dat hij gaat zakken. Daardoor zat hij gigantisch in de stress, maar toen we plannen maakten voor wat hij volgend schooljaar zou kunnen doen, viel er een enorme last van zijn schouders. Zoiets is echt geweldig...
Maar dat neemt niet weg dat het leraarschap organisatorisch echt verschrikkelijk kan zijn, zoals die ophokuren. Dat kan vervolgens weer geklier veroorzaken, want leerlingen raken gefrustreerd en uiten dat in jouw les. Op zo'n moment is het een stuk minder leuk."
Karel Schrooyen, docent tekenen op het Da Vinci College in Roosendaal:
"Natuurlijk! Leraar zijn is het allermooiste beroep dat er bestaat, dat kan ik iedereen aanraden. Er is niks mooiers dan interessante informatie doorgeven en daar ook iets voor terugkrijgen: blije reacties als scholieren eindelijk iets begrijpen bijvoorbeeld. Of vragen van leerlingen die oprecht geïnteresseerd zijn. Maar als een klas nooit vragen zou stellen, zou ik mijn werk niet vol kunnen houden. Dan ben ik alleen maar politieagent aan het spelen."
Gerard Poolman, docent wiskunde en aardrijkskunde op de Stichtste Vrije School in Zeist:
"Even nadenken... jawel, lesgeven blijft een heel mooi vak. Het is ontzettend leuk om jongeren door ingewikkelde jaren heen te helpen, want het draait lang niet alleen om de inhoud van je schoolvak. Eén van de redenen dat ik leraar ben geworden, was mijn eigen matige schooltijd. Dat moet beter kunnen, dacht ik.
Dat pubers soms verschrikkelijke etters kunnen zijn... tja, dat valt wel mee hoor. Je moet gewoon weten hoe je daarmee om moet gaan: met humor kun je bijvoorbeeld al een hoop bereiken. En een persoonlijke benadering is belangrijk, want in een overvol lokaal doen leerlingen natuurlijk hartstikke stoer."
Tom Meliete (groene sjaal) en Camiel Kamerling (grijze snor), docenten op het Antoon Schellens College in Eindhoven:
Meliete: "Lesgeven is het mooiste wat er is: jongeren voorbereiden op hun toekomst. En wij doen dat in het passend onderwijs, wat nog mooier is dan op een gewone school. In kleine stapjes kun je zo ontzettend veel bereiken bij een leerling. Soms zitten ze in verschrikkelijk moeilijke situaties en is het zo fijn als je ze kunt helpen en opvrolijken. En leerlingen zijn zo ongelooflijk dankbaar!"
Kamerling: "Het mooiste compliment ik ooit kreeg, kwam van een oud-leerling: hij vroeg me of ik misschien zijn opa zou kunnen worden, omdat ik altijd zo vriendelijk was. Da's toch geweldig?"
Enne...dat docentensalaris, dat levert nou niet bepaald een Porsche en een tweede huis op de Malediven op, of wel? Kamerling: "Nou ja, lesgeven is een roeping. Je moet het echt niet voor het geld doen, maar dan zou je het werk ook absoluut niet volhouden..."
De stakende docenten waren donderdag woest. Als 't zou kunnen, zouden ze minister Van Bijsterveldt de klas uitsturen en heel wat middagen laten strafcorveeën. Dat zal d'r leren!
Die bezuinigingen en 1040-urennorm maken 't lesgeven er niet bepaald makkelijker op. En dan heb je ook nog die klierende pubers en stapels nakijkwerk. "Raad je jongeren nog wel aan om ook leraar te worden?" vroegen we vijf creatieve stakers.
Marcel Blankensteijn, docent wiskunde op het Griftland College in Soest:
"Ik vind dat je het beroep moet kiezen dat je het allerleukst vindt: bij mij is dat lesgeven. Na een aantal jaar in als leraar heb ik een tijdje in het bedrijfsleven gewerkt, maar ik ben weer teruggekomen. Voor de klas is toch echt mijn plek.
Het is namelijk zó mooi om kinderen iets te leren en ze op te voeden – want daar ben je toch vooral mee bezig. Jongeren leren graag en snel, en er is niks mooiers dan een leerling die zegt dat hij iets eindelijk begrijpt of probleemloos z'n huiswerk heeft kunnen maken. En dat hoor ik bijna elke dag wel!"
Loes Belger, docent tekenen en textiel op het Karel de Grote College in Nijmegen (onherkenbaar in de menigte, maar eigenaar van het wij zeuren door-spandoek:
"Oeh...da's een moeilijke vraag! Maar ik denk het wel. Het is zó ontzettend mooi om jongeren tijdens hun ontwikkeling te helpen en ze te steunen. Afgelopen maandag had ik bijvoorbeeld een gesprek met een examenleerling die nu al weet dat hij gaat zakken. Daardoor zat hij gigantisch in de stress, maar toen we plannen maakten voor wat hij volgend schooljaar zou kunnen doen, viel er een enorme last van zijn schouders. Zoiets is echt geweldig...
Maar dat neemt niet weg dat het leraarschap organisatorisch echt verschrikkelijk kan zijn, zoals die ophokuren. Dat kan vervolgens weer geklier veroorzaken, want leerlingen raken gefrustreerd en uiten dat in jouw les. Op zo'n moment is het een stuk minder leuk."
Karel Schrooyen, docent tekenen op het Da Vinci College in Roosendaal:
"Natuurlijk! Leraar zijn is het allermooiste beroep dat er bestaat, dat kan ik iedereen aanraden. Er is niks mooiers dan interessante informatie doorgeven en daar ook iets voor terugkrijgen: blije reacties als scholieren eindelijk iets begrijpen bijvoorbeeld. Of vragen van leerlingen die oprecht geïnteresseerd zijn. Maar als een klas nooit vragen zou stellen, zou ik mijn werk niet vol kunnen houden. Dan ben ik alleen maar politieagent aan het spelen."
Gerard Poolman, docent wiskunde en aardrijkskunde op de Stichtste Vrije School in Zeist:
"Even nadenken... jawel, lesgeven blijft een heel mooi vak. Het is ontzettend leuk om jongeren door ingewikkelde jaren heen te helpen, want het draait lang niet alleen om de inhoud van je schoolvak. Eén van de redenen dat ik leraar ben geworden, was mijn eigen matige schooltijd. Dat moet beter kunnen, dacht ik.
Dat pubers soms verschrikkelijke etters kunnen zijn... tja, dat valt wel mee hoor. Je moet gewoon weten hoe je daarmee om moet gaan: met humor kun je bijvoorbeeld al een hoop bereiken. En een persoonlijke benadering is belangrijk, want in een overvol lokaal doen leerlingen natuurlijk hartstikke stoer."
Tom Meliete (groene sjaal) en Camiel Kamerling (grijze snor), docenten op het Antoon Schellens College in Eindhoven:
Meliete: "Lesgeven is het mooiste wat er is: jongeren voorbereiden op hun toekomst. En wij doen dat in het passend onderwijs, wat nog mooier is dan op een gewone school. In kleine stapjes kun je zo ontzettend veel bereiken bij een leerling. Soms zitten ze in verschrikkelijk moeilijke situaties en is het zo fijn als je ze kunt helpen en opvrolijken. En leerlingen zijn zo ongelooflijk dankbaar!"
Kamerling: "Het mooiste compliment ik ooit kreeg, kwam van een oud-leerling: hij vroeg me of ik misschien zijn opa zou kunnen worden, omdat ik altijd zo vriendelijk was. Da's toch geweldig?"
Enne...dat docentensalaris, dat levert nou niet bepaald een Porsche en een tweede huis op de Malediven op, of wel? Kamerling: "Nou ja, lesgeven is een roeping. Je moet het echt niet voor het geld doen, maar dan zou je het werk ook absoluut niet volhouden..."
Onze redacteur Luuk is gezegend met een creatief, vreemddenkend brein dat met grote regelmaat uit z'n hoofd springt en op de tafel gaat dansen.
Af en toe klampen de achtergebleven hersenspinsels zich samen tot een gedicht, zoals hieronder.
De echte fans weten dat jij een meisje bent,
Maar dan wel eentje, zoals niemand ooit heeft gekend.
Dat vleugje autotune over je stembanden voelt als
Dat bieflapje als je billen, 'rare' en mals.
Ze noemen mij daarom een belieber,
Ze zeggen, ik heb Bieber-fever.
Zonder aarzelen schreeuw ik dan,
Zonder deze ziekte is lijden al wat ik kan.
Je energie is elektrisch en slaat in mij,
Jij overstimuleert mijn hersenbrij
Jouw haren blijven plat, die van mij statisch
Je hebt Selena niet nodig maar mij, kies!
Ach, mocht je ooit het hippe tienersterrenleven achter je laten
Altijd zal ik zijn in kamer 438a op de IC, op de plek waar eerst mijn ouders zaten
Als ik niet reageer stop dan wat van je bloed in mijn infuus-slang,
Omdat een dun draadje is waaraan ik mijn leven hang.
Want in jouw coma lig ik, als een ware bewonderaar.
Wat kwijl op mijn kraag en kauwgom in mijn haar,
Want ik heb alle waarde verloren, dat wat ik toch al niet nodig had,
Waarom wil jij mij niet, ik wil je rare lippen likken, mag dat?
![]()
De hongerwinter van 2010/2011. Het zou zo de titel van een dun boekje kunnen zijn. Mijn boekje.
Toen Hidde (15) nog maar 35 kilo woog, trokken zijn klasgenoten aan de bel. Nu zit Hidde in therapie voor anorexia. Met allemaal meisjes. De komende vier maanden blogt hij op Scholieren.com over zijn weg naar een gezonde toekomst.
Mijn maandenlange uithongeren begon rond december 2010 zijn tol te eisen. Het was de strengste winter sinds mijn geboorte en ik had het verschrikkelijk koud.
BottenGeen wonder: mijn enigszins bescheiden dagindeling bestond slechts uit urenlange workouts en het online verheerlijken van botten. Van eten was geen sprake. Mijn in eerste instantie gezonde afvalpoging (waarvan ik het doel al lang en breed had bereikt) was geleidelijk veranderd in een psychische stoornis.
Ik was op. Mijn lichaam was uitgeput. In de eerste maand van het nieuwe jaar zat ik dan ook vastbesloten, gehuld in drie lagen warme kleding, in de kille spreekkamer van mijn huisarts waar zonder enige twijfel de diagnose werd gesteld: Anorexia Nervosa. Het labeltje op het potje waar ik al maanden een naam voor zocht.
Coming outNa enkele bezoekjes aan bezorgde kinderartsen, akelige bloedprikpunten en ongezellige ziekenhuizen was mijn coming out als anorexiapatiënt een feit.
Al gauw was ik, binnen de schoolmuren althans, een bekende verschijning. Als een kleine kleuter namen mijn klasgenoten mij al het werk uit handen: zelfs bij het openen van mijn kluisje of deuren kon ik altijd hulp verwachten. Opmerkingen als "Hidde, zijn al die weggegooide boterhammen in de fietsenkelder van jou?" nam ik daarbij voor lief.
Iedereen op afstandIedereen maakte zich zorgen: mijn ouders, mijn mentor en in het bijzonder de kinderarts. Met vage beloftes en wat trucjes hield ik ze op een afstand. En op mijn verjaardag in april at ik braaf een stuk slagroomtaart. Maar echt veranderen? Nee, daar was ik nog niet klaar voor.
Bij de start van het nieuwe schooljaar besloot ik mij voor de tweede maal aan te melden bij de eetstoornissenkliniek - en dat bleek een uitstekende keuze. Eindelijk was ik klaar voor een echte verandering, ik gooide het roer om. Een wekelijks gespreksgroepje, familietherapie en afspraken met de diëtiste: vanaf dat moment zou ik iedere donderdag trouw naar de kliniek gaan. En dat deed wonderen.
2016 boterhammenNu, 13 maanden, 2016 volkoren boterhammen en 13 kilo later, heeft er een transformatie plaatsgevonden. Mijn sombere gevoel en uitgemergelde lichaam maakt langzaam plaats voor een lang leven vol vrienden en vreugde. Nog maar even. Ik ben er bijna. Het is bijna lente.
Anorexia is een ernstige aandoening, maar gelukkig wordt er steeds meer over bekend en zijn er goede manieren om je ervan te bevrijden. Meer info? 99gram.nl, proud2bme.nl, Stichting Anorexia Boulimia Nervosa. Speciaal voor de heren bestaat er anorexiajongens.nl en voor de droge uitleg is er Wikipedia.
![]()
Wij nederige bloggers luisteren elke dag braaf naar Simon Steenhuis, de hoofdredacteur van Scholieren.com. Simon komt namelijk uit de oudheid (hij is al 29!) en ouderen verdienen respect.
Maar d'r is nog een reden waarom hij wel eens 'history expert' genoemd wordt: dat komt door z'n universitaire studie Geschiedenis. Van die dikke boeken en zo.
De goedbedoelde leestips van je ouders of docenten blijken vaak geen reet aan. Daarom elke twee weken op Scholieren.com: een aanrader van een Bekende Nederlander of ander aansprekend figuur.
Geloof ons: deze wil je wél lezen.
Als ik Simon per mail om z'n favoriete historische roman vraag, krijg ik een mail terug die wel een A4'tje lang is. Hij begint z'n betoog met een heel verhaal uit de bronstijd: zijn schooltijd.
Ik las bijna nooitSimon: "Ik heb heeele saaie boeken gelezen voor geschiedenis, waarbij ik het spelletje deed 'spot de langste zin'. Dan kom je ongelooflijke dingen tegen. Als scholier las ik bijna nooit. Maar voor mijn studie Geschiedenis moést dat wel."
Vervolgens komen er titels van boeken voorbij die alleen voor aanstaande geschiedenisstudenten interessant zijn.
Maar volgens Simon is het vak geschiedenis heel goed te combineren voor de boekenlijst van Nederlands: "Het boek De eeuw van mijn vader is een prachtig boek van Geert Mak, dat sommige leerlingen voor hun lijst mogen lezen. De afgelopen eeuw is Nederland ongelooflijk veranderd."
Geschiedenis uitgelegdHij legt uit: "In 1900 had je hooguit een telegram en paard en wagen. Nu heb je smartphones en EasyJet. De vader van Geert Mak heeft die hele eeuw meegemaakt, dus aan de hand van een persoonlijk verhaal krijg je even de moderne Nederlandse geschiedenis uitgelegd."
Een andere historische roman die Simon ons niet wil besparen is De overgave van Arthur Japin. Simon: "Het speelt zich af in de VS als het Wilde Westen wordt veroverd van de indianen. De hoofdpersoon is een hele taaie ouwe vrouw en Japin beschrijft haar ongelooflijke leven op een hele mooie manier. Het boek is me lang bij gebleven."
Of rippenIk hoopte op een mooie pedagogisch verantwoorde boodschap aan het einde van Simons betoog. En die is er ook. De laatste twee zinnen van zijn e-mail zal ik in elk geval onthouden: "Dat wens ik iedere scholier ook toe: een boek te lezen dat ze lang bijblijft. Die boeken bestaan gewoon, namelijk. En dan is lezen leuk. Maar zoek het lekker uit, je kunt ook een boekverslag van Scholieren.com rippen. Mij een zorg."
En ja: van De eeuw van mijn vader en De overgave zijn uiteraard boekverslagen te vinden in onze database!
![]()
De meeste scholieren vinden 't supergoed dat duizenden leraren vandaag gaan staken. En dan niet (alleen) omdat ze dan lekker vroeg uit zijn, maar omdat scholieren bang zijn voor (nog) meer ophokuren.
Dat blijkt uit ons onderzoek in samenwerking met de gasten van 't EenVandaag 1V-Jongerenpanel.
In totaal is 83% (!) van de scholieren bang voor meer ophokuren. Een op de vijf scholieren geeft aan wekelijks één of meer ophokuren te hebben en wel 15% heeft ze een paar keer per maand.
Vaker ophokuren in onderbouwErg opvallend is dat veel ondervraagde scholieren merken dat de onderbouwers op hun school vaker opgehokt worden dan bovenbouwers. En dat terwijl de minister juist van plan is de arme bruggers en tweedeklassers nóg meer uren op school te laten zitten...
Ophokuren en zelfstudieEven voor de duidelijkheid: tijdens een ophokuur zit je verplicht in een leslokaal, zonder dat de leraar die eigenlijk les zou moeten geven aanwezig is, en zonder actieve begeleiding. Daarbij kan je dus denken aan een docent scheikunde die jou ineens Nederlands moet gaan uitleggen, omdat de echte docent ziek is. Niet erg handig!
Een ophokuur is dus NIET hetzelfde als een zelfstudieuur, omdat je tijdens dat laatste wél actief begeleid wordt. Althans, da's de bedoeling: van de scholieren die zelfstudieuren hebben, geeft 60% aan dat de begeleiding slecht is. De meerderheid ziet dat dus ook als ophokuren.
Wekenlang nutteloosVorig jaar deed Scholieren.com nog een klein onderzoek met 't LAKS onder 2700 scholieren. Daaruit bleek dat de gemiddelde Nederlandse scholier maar liefst 70 lesuren per jaar opgehokt wordt. Da's dus ruim twee volle lesweken nutteloze lesuren bijwonen!
Februari uitslagOf de docentenstaking van vandaag, de vorige docentenstaking en de scholierenstaking op 't Museumplein gaan helpen? Dat weten we in februari: dan komt de Eerste Kamer met een definitief besluit over de urennorm. Stay tuned...