![]()
Onze redacteur Luuk is gezegend met een creatief, vreemddenkend brein dat met grote regelmaat uit z'n hoofd springt en op de tafel gaat dansen.
Af en toe klampen de achtergebleven hersenspinsels zich samen tot een gedicht, zoals hieronder,.
[/p]Hij was een sombere señor getiteld Juarez.[/p]Veegde elke vrijdag de marmeren vloer van,[/p]vader's buitenhuis. Waarover hier diezelfde avond dan,[/p]telkens weer de designerpakken en elegante jurken,[/p]in gouden ringen en lakleer schoenen gestoken,[/p]op Sinatra hun neuzen cocaïne lieten lurken.[/p] [/p]Hij had verders geen werk en deed geen studie maar,[/p]hield van jazz. Speelde dagelijks en nachtelijks zijn[/p]computer, en at daarbij namaak-sushimi en[/p] dragonfruit, betaald van papa's centen.[/p]Op zijn elektrische gitaar speelde hij weinig, trouwens.[/p]Als gewassen hout, rook hij.[/p] [/p]Zijn moeder had hij al lang niet meer gezien.[/p]Ze was ervandoor gegaan met Josè, die wel leek te weten,[/p]hoe haar lippen open te wrikken om de parel te zoenen.[/p]Ze stuurde Juarez wel nog maandelijks een brief.[/p]Haast altijd hetzelfde geschreven,[/p]"'Ik denk haast altijd aan je," daar moest hij maar mee leven.[/p] [/p]Hij ontmoette haar op het beeldscherm.[/p]Zij zat in een internetcafè aan de Blauwe-façadestraat.[/p]Dochter van een simpele olijvenboer aan de oostkade.[/p]Ze, Maria, had blond bruin haar en wist wel van wanten.[/p]De wereld lag aan haar voeten dus hij moest haar,[/p]iets anders weten te bieden, een ander universum.[/p] [/p]Zo waren ze op vaste tijden te vinden aan toetsenbord gekluisterd.[/p]Hij bedwelmde haar onrust met zijn fantasie[/p]Zij voedde zijn lust naar altijd verder willen dan toegestaan.[/p]Maar nooit deelden ze een offline ruimte, of een aanraking.[/p]Zelfs geen ademzucht of de helft van een broos biscuitje.[/p]Offline was iets waar ze beide geen trek in hadden.[/p] [/p]Dus hij nam haar zo nu en dan mee op tochten langs,[/p]Forum en database, publicatie en mp-3bestand.[/p]Zo vertelde zij op haar beurt weer over haar weekend,[/p]en dat soort dingen in de echte wereld.[/p]Dat ging lang door, weken gingen voorbij en alle twee,[/p]bleven onbetast door anderen, voor elkaar...[/p] [/p]En toen plots besloten ze af te spreken in het park dat voor Juarez,[/p]tien minuten lopen betekende en voor Maria, drie minuten op haar oude brommer.[/p]Om middernacht, bij de stronk waar ouderen de duiven voeren, diep genoeg[/p]zodat de stadslichten hun escapades niet zouden betrappen.[/p]Die nacht was hun wereld niet meer eentje van verschil,[/p]wat werd bedoeld werd namelijk volledig begrepen.[/p] [/p]Meer te vertellen valt er niet,[/p]Er is niets meer van ze waargenomen sindsdien.[/p]Behalve Maria's status dan:[/p] [/p]''Ik ben met Juarez offline gegaan.''[/p]
Het regent, het is mistig en ik zit met de laptop op schoot in de woonkamer. De twitterapplicatie op mijn laptop vernieuwt elke drie seconden het beeld.
De tweets stromen als rode bloedlichaampjes de hartkamer binnen. Mijn vingers ratelen over het toetsenbord en spuwen de meest komische letter- en woordencombinaties het wereldwijde web op.
Terwijl ik mentions beantwoord, tweets retweet en geniale ingevingen omzet in tweets, denk ik na over het nut van Twitter. Over de zin van Twitter – dat gaat ongeveer op dezelfde manier als nadenken over de zin van het leven: het eindigt in het niets.
Ik maakte mijn account anderhalf jaar geleden aan uit nieuwsgierigheid. Van het volgen van BN'ers ging het naar socializen met vrienden, om te eindigen bij (verwoede?) pogingen grappig over te komen.
Twitter werd voor mij zoiets als een afgetrapte hangplek waar het altijd koud en troosteloos is, waar de lege blikjes bier de zakjes wiet overstijgen, maar waar al die jeugd elke middag weer zit te verkleumen. Mensen die langs de hangplek fietsen vragen zich af hoe die tieners zich daar ooit middag na middag toch kan vermaken.
Maar soms is Twitter ook best leuk. Via Twitter kun je iPads, Macbooks en hotelovernachtingen winnen. Gratis. Via Twitter kun je bijbaantjes vinden, vrienden worden en een relatie krijgen. Via Twitter ontdek je links naar sites met de mooiste natuurfoto's en de meest getalenteerde hondjes.
Maar Twitter is ook energievretend en verslavend. Twitter is, net als die hangplek, voor buitenstaanders totaal onbegrijpelijk. Elke dag (hoogtepunt: maandag) lees ik op Twitter over mensen die 'zó-ontzettend-moe' zijn dat ze 'nu-eeeecht-de-hele-middag-gaan-slapen'. Alleen bij het lezen al vallen mijn ogen bijna dicht. Zonder Twitter zou ik op zo'n maandagmiddag nog een halve marathon kunnen lopen.
Als ik lees dat een vriend een nieuw paar schoenen heeft gekocht of een acht op Engels heeft gehaald, zit ik verbouwereerd met mijn oude gympen en een zes op wiskunde achter de computer. Terwijl ik zonder Twitter intens gelukkig zou zijn met mijn zesje. Op wiskunde.
Kort gezegd: de voordelen wegen voor mij niet langer op tegen de nadelen. Ik hoef geen gratis iPad, Macbook of hotelovernachting. Ik stop daarom per direct met het beantwoorden van mentions, ik annuleer alle geniale ingevingen die vanuit mijn pruttelende hersenpan naar boven komen en ik typ verwijder Twitter in op Google.
Dat blijkt echter nog een karwei. Na in drievoud en in achttien talen aangegeven te hebben dat ik Twitter écht wil verwijderen, is-'ie definitief verwijderd. Dacht ik. Als ik binnen dertig dagen nog één keer inlog, zijn alle verwijder-acties ongedaan gemaakt. Slim hoor.
Die dertig dagen moet ik zien te overleven. Daarachter wacht mij een zorgeloos leven zonder pottenkijkers en zonder afleiding als ik echt-even-heel-hard-met-school-bezig-moet.
Nu mijn Facebook-verslaving nog overwinnen.
![]()
Jongensch. Toen ze vijf jaar oud waren, wilden ze politieagent of brandweerman worden.
Tegenwoordig, als ze op de middelbare school zitten, willen ze allemaal maar één ding: DJ worden.
In 'Rages/HIP' spot de redactie van Scholieren.com trends op het schoolplein. Zoals dreigtwitteren, 'BAM!' en 101-ing. Ook een rage gespot? Deel het met ons in de reacties.
Zelfs op Scholieren.com struikel je soms over de scholieren-DJ's. Laatst interviewden we wonderkind en DJ Erik Arbores en gaf een gast uit Hoogeveen vijf tips om succesvol DJ te worden. Op mijn school lopen twee DJ's in de dop rond: Luuk (17) en Simon (16).
Hoe dat zo? "Ik ben eigenlijk eerst begonnen met het produceren van wat mixjes, net als Simon," legt Luuk me uit.
En dat lijkt niet zo heel ingewikkeld. In een notendop: je downloadt een mixprogramma op je computer en gooit je mixjes online op SoundCloud. Mensen luisteren dan (hopelijk) naar je muziek, en zullen zich dan op je abonneren als je in de smaak valt.
Hij vervolgt: " Daarna kreeg ik voor mijn verjaardag een goedkoop mixertje, en ben ik gaan kijken of het DJ'en echt wat voor mij was. Zo kwam ik erachter dat het eigenlijk wel lachen was. Later ben ik met Simon veel samen gaan mixen. We produceren vooral Dutch House, Electro House en Progressive."
DJ liveMaar wat is er nou zou leuk aan het mixen van muziek? Simon begint te glunderen: "Het is gewoon mooi om nummers samen te voegen en reacties van de mensen op jouw muziek te krijgen. Ze gewoon los zien gaan op jouw eigen mixjes."
Luuk en Simon gingen voor het eerst live draaien op een verjaardag. Daardoor zijn ze in contact gekomen met een kroegbaas, waar ze nu vaak mogen draaien.
Maak ik als meisje ook kans op zo'n glanzende DJ-carrière? Volgens de heren is het niet heel erg moeilijk, maar moet je er wel degelijk een muzikaal talent voor hebben.
Dan denk ik dat ik nog beter brandweerman zou kunnen worden. Net als de jongens vroegâh.
Benieuwd geworden naar het werk van Luuk en Simon? Klik hierrr!
Met het dragen van een hoofddoek schijn je in Nederland geen vrienden te maken. Katholieke scholen kunnen moeilijk doen, half Nederland wil niet dat verpleegsters er één dragen, en een hoogblonde politicus dreigde vorig jaar nog met een kopvoddentaks.
Maar nu concreet: wat voor reacties krijg je als gehoofddoekt over straat loopt? Gaan mensen echt discrimineren, praten ze tegen je alsof je amper Nederlands verstaat, willen ze niet naast je zitten? Met die vraag in haar achterhoofd knoopt onze hoogblonde blogger Jorinde een week lang een hoofddoek om.
Ik kom uit de douche, föhn mijn blonde lokken en doe er een knot in. En doe een 'bonnet' over mijn hoofd. En een hoofddoek. En een sjaal. Allemaal zwart. Weet je, het bespaart eigenlijk wel geld voor haarproducten en het zit wel lekker warm. Het begin van een -tijdelijke- moslima is aangebroken. Ik vertrek om naar school te gaan. Ik ben blij dat het geen zomer is.
Waarom doe ik dit nou eigenlijk? Voor anderen lijkt het misschien voor de hand liggend: om aandacht te trekken, weer eens anders dan de rest te zijn of zelfs moslims te beledigen. Maar nee, het heeft op geen van bovenstaande betrekking. Ik wil weten wat de essentie van een hoofddoek is, hoe mensen op mij reageren, of moslims nou echt zo'n minderheid zijn. Mijn hoofddoek is overigens geleverd door één van de moslimmeisjes waar ik goed mee omga. Nee jongens: ik ben geen moslimhater.
In de Rotterdamse metro word ik gerespecteerd voor wie ik ben. Geen enkel persoon van een divers scala aan ethniciteiten kijkt me aan alsof ik een zombie ben. Wellicht wil een enkele buitenstaander liever plek nemen naast een grijze dame, maar dat krenkt mijn tere ziel niet.
Op school is het een ander verhaal. Gezien het feit dat ik meestal afgetekend word als 'dat blonde meisje dat er altijd raar uit ziet', word ik nu afgetekend als 'dat blonde meisje dat er altijd raar uit ziet en nu een hoofddoek draagt'. Achter mijn rug om hoor ik veel gelach, en ik heb het idee dat medescholieren mijn tijdelijke bekering niet begrijpen. Zit mijn hoofddoek toevallig niet goed? Zakt hij af? Geen zorgen over mijn haar, maar over mijn hoofddoek.
Middagpauze, ik zit in de kantine. Met een vriendin rustig te praten en een boterham te eten. Iets verderop zitten een stuk of acht geloofsgenoten, maar die lijken niet al te geamuseerd door mijn keuze. Er vliegt een flesje H2O rakelings langs mijn hoofd. Ik ben verontwaardigd.
Even later komen ze polshoogte nemen (waarom deden ze dat niet voordat ze water gooiden?). Een jongen is vrij geïnteresseerd, vraagt waarom ik dit doe en ik leg 'm mijn situatie en vraagsteling uit. Opeens hoor ik van de flesjesgooiende hoofddoekdraagster beledigende zinnen in de context van homoseksualiteit en islamitische overtuigingen - ik zal ze hier maar niet herhalen. Ik eis dat ze uit mijn ogen verdwijnen en ze me in mijn waarde laten. De aardige jongen zegt dat het me wel goed staat, en dat ik het gewoon moet blijven dragen als ik dat wil.
Een paar dagen later raak ik in de Burger King in gesprek met een vrouw naast me, die vermoedt dat ik een Nederlandse ben die een hoofddoek draagt. Ze vraagt me of ik dat doe omdat ik gelovig ben of een islamitische vriend heb. Het lijkt me niet handig op dat moment de waarheid te vertellen, dus ja... ik heb een moslimvriend. Ik zie de vrouw al denken over gevangenschap in relaties en hoofddoekdwang. Ik verhef me uit mijn Burger King-zetel en loop als een trotse moslima richting de almachtige schuifdeuren.
Als ik in de boekhandel op zoek ben naar een boek over de Islam, is er wederom een dame die mij een uiterst charmante islamitische vertoning vindt en zich bemoeit met mijn boekkeuze. En hoofddoek. Ik vertel dat ik me ten zeerste interesseer in het islamitische geloof en me daarmee wil verenigen. Als ze me naar mijn drijfveer vraagt, zeg ik: "Dat ondanks niemand weet wat er precies in je omgaat, Allah het wel weet en hij altijd bij je is." Het gesprek wordt blijkbaar saai, en ze loopt weg. Arme ik.
Mijn oren beginnen pijn te doen. De hoofddoek gaat af. Het is een goeie manier om je in te leven en te leren van een andere cultuur, maar zo'n doek is blijkbaar te goed geïntegreerd in Nederland om nog openlijk gediscrimineerd te worden.
De islamitische gemeenschap heeft mij echter niet omarmd. Heb ik ze gekwetst? Heb ik teveel geprovoceerd? Van de moslima's die ik kende kreeg ik positieve reacties, maar de vreemdeling keek mij louter met een dwaze blik aan. Lichtelijk komt het begrijpende gevoel van 'non-acceptatie' in de samenleving naar boven. Ik heb respect voor mijn geloofsgenoten van een week, ze doen gewoon wat ze willen. En eigenlijk zouden wat meer mensen dat moeten doen.
Iedereen krijgt een aantal jaar Engels op school, maar sommigen willen méér. Veel meer. Niet een lullig tripje naar Engeland, maar een driejarige studie Engelse Taal & Cultuur.
Waarom zou je voor deze studie moeten kiezen? Of waarom juist niet? Ik sprak twee ervaringsdeskundigen: één enthousiasteling, één gestopte.
Elke maand op Scholieren.com: twee studenten aan het woord over hun megapopulaire studie. De één is enthousiast, de ander juist wegggelopen uit de collegebanken.
De enthousiasteling: ''Je kunt er echt alle kanten mee op!''Samantha (19) volgt de opleiding in Leiden. Ze is nu tweedejaars en ontzettend enthousiast. ''Ik vond Engels altijd al een leuk vak en was er ook best wel goed in. Daarom besloot ik na het vwo hiervoor te kiezen. Ik vind het heel erg leuk dat de Engelse taal zo varieert en echt nog leeft. Je kunt er alle kanten mee op.''
De studie bestaat volgens Samantha onder meer uit de vakken literatuur, taalkunde en filologie. ''Filologie is een beetje de geschiedenis van de taal,'' legt Samantha uit. ''Je kijkt naar oud-Engels, middel-Engels en ook modern Engels. Dat is heel erg interessant.''
Zelf vindt ze het vak taalkunde helemaal geweldig. ''Je krijgt vooral veel les in zinstructuren en hoe woorden worden gevormd. Het is heel moeilijk uit te leggen wat het vak allemaal inhoudt. Er worden zoveel verschillende aspecten behandeld. ''
''Ook is het heel leuk dat iedereen zo enthousiast is op deze opleiding,'' vertelt Samantha. ''Er zitten zo'n 140 mensen in mijn jaar en iedereen is supergemotiveerd.'' Later wil ze gecombineerd docent en vertaler worden. ''Dan heb je ook meer kans op een baan,'' legt Samantha uit.
Een aanrader dus? ''Zeker,'' antwoordt ze meteen. ''De studie overtreft mijn verwachtingen. Als ik het aan een scholier zou moeten aanraden, kan ik dat niet eens in één zin samenvatten!''
De stopper: ''Alle plezier was weg''Daan (18) begon in Utrecht met dezelfde studie, maar stopte daar na drie maanden mee. ''Ik heb de studie gekozen omdat ik altijd al goed in talen ben geweest. Ik lees veel Engelse boeken en vind het ook heel makkelijk om Engels te praten. Daarom leek deze studie echt iets voor mij.''
Maar al na een paar weken begon hij daar aan te twijfelen. ''Het was helemaal niet wat ik ervan verwacht had,'' legt Daan uit. ''Alles is zo theoretisch. Dat klinkt heel abstract, maar ik kan het niet zo goed uitleggen. In ieder geval kwamen de dingen die ik eerder zo leuk vond, helemaal niet aan bod.''
Literatuur was ook een grote afknapper. ''Eerst vond ik het nog wel leuk om Engelse boeken te lezen, maar de literatuur die we voor het vak moesten lezen, was vaak zo saai en moeilijk te lezen. Ik zag er gewoon tegenop om een Engels boek te gaan lezen: alle plezier was weg.''
''Ik heb nog heel lang getwijfeld,'' zegt Daan. ''Ik wilde niet meteen stoppen met de studie en kijken of het nog leuker zou worden. Maar dat werd het eigenlijk helemaal niet. Op een gegeven moment ging er een knop om en heb ik besloten om te stoppen.''
En nu? ''Nu ga ik even een halfjaartje werken,'' vertelt Daan. ''Dan kan ik rustig bedenken wat ik nu wel wil gaan doen. Ik heb nog steeds iets met Engels, maar dit was echt niks voor mij.''
Na schooltijd wacht ik op de trein. Al is het pas vier uur, gevoelsmatig ben ik toe aan donsdekens en een zacht matras.
Het gebrek aan licht en warmte maakt me moedeloos. Vijf minuten wachttijd gaan voorbij als een verjaardag bij mijn oma.
Het is vrijdag, maar het weekend strekt zich voor me uit als een saai wit doek. Het ontbreekt me aan kwasten en verf om er enige kleur in te scheppen. Behalve het grijs van huiswerk en het zwart van verplichtingen.
Rechts voor me staat een jongen een ritme te musiceren met zijn linkervoet. Ik krijg een wolkje kou in mijn nek van een vrouw achter me die in haar telefoon lacht. Wat zouden zij dit weekend doen? Mijn neus begint te lopen van de kou.
Kou is iets wat je kunt voelen met de toppen van je vingers, het puntje van je neus en de schelp van je oor. Kou is een persoonlijkheid die zich door jassen van H&M of de New Yorker wurmt en je spijtig doet beseffen dat kwaliteit boven goedkoop gaat.
Kou is ook een ergernis. Zeker nu, als de automatische omroepster van Prorail meldt dat de trein een kwartier vertraging heeft. Mensen zuchten en perron 8 lijkt op een Indian Teaparty met alle wolkjes die worden uitgeseind.
Als de trein eindelijk aan komt rijden, vliegen de passagiers als voetbalsupporters op de deuren af om zo snel mogelijk een warm zitplekje te veroveren. Dat voelt als hun recht: 'Ik heb een kaartje, dus een zitplaats'. Gelukkig is er ook voor mij nog plek, en de ritmische jongen staat ineens tegenover me. Hij heeft rossig haar en een Vlaams accent.
"Zou ik hier mogen zitten?," vraagt hij. Hij slingert zijn tassen op het bagagerek en iets later begint zijn voet opnieuw te zenuwen. Als de trein gaat rijden, kijkt hij me via het raam aan. Ik voel me betrapt en doe mijn best zijn hoofd in de weerspiegeling te negeren.
Het begint te hagelen. De bittere pillen die de hemel uitstoot, verdoezelen het zicht naar buiten. Nu pas kijk ik hem recht aan. "Wil je op mijn tassen letten? Ik moet zo nodig naar de wc..." vraagt hij. Hij staat op en is binnen luttele seconden weer terug. "Bezet," verklaart hij.
Hij houdt zijn mond een stukje open, alsof hij nog een heel verhaal wil vertellen. Dat verbaast me, want wat valt er te zeggen over een vies treintoilet met iemand die op dit moment de rails bemest? "Ik moet al de hele dag naar het toilet, maar heb er geen tijd voor," legt hij uit. We raken in gesprek: over zijn onderzoek voor school, de documentaire die hij maakt, het door hem ontdekte familiegeheim.
Interessant. Is dit misschien de verf waarmee ik het weekend doorkom? Veel te snel bereiken we mijn station. Hij pakt mijn hand. "Wacht, mag ik je nummer voor het geval ik nog eens in de buurt ben?" We wisselen nummers uit en ik vertrek.
Toen ik klein was, had ik een adventskalender met chocolaatjes achter kartonnen deurtjes. Elke donkere decemberdag peuterde ik een deurtje open. Met kerst mocht ik het grootste deurtje openmaken en het lekkerste chocolaatje eten.
Zoals de chocola me vroeger door december leidde, doen sporadische sms'jes van de rossige jongen dat nu. Soms laat hij iets van zich horen, veel vaker gaat er een week voorbij zonder enig teken van leven. Dagen van saaiheid, dagen van drukte. De romance die ik me eventjes had ingebeeld, heb ik allang weer verworpen. Niets dan winterblues: het decemberduister laat je dingen verzinnen die, zodra ze aan het licht komen, verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Een lichtpuntje is de laatste schooldag. Alle toetsen gehad, alle werkstukken op tijd ingeleverd. In de klas heeft stress plaatsgemaakt voor euforie: eindelijk kerstvakantie. Na een kerstviering mogen we naar huis. Sjaals worden omgeslagen, jassen dichtgeritst en handschoenen aangetrokken: alleen euforie houdt tenslotte niemand warm. In de trein naar huis hoop ik nog even dat ik de jongen tegenkom, zomaar, toevallig. Maar waarschijnlijk weet ik toch niet eens meer hoe hij eruit ziet.
Ik verheug me op de eerste nacht waarin ik eindelijk kan slapen zonder gepieker over schoolopdrachten. Het verbaast me dan ook als ik plotseling wakker word, maar het licht van mijn telefoon verklaart waarom. "Ik ben morgen in de buurt, heb je tijd om af te spreken?"
Met het kinderlijke gevoel alsof ik het grootste deurtje van de chocoladekalender mag openmaken, begeef ik me de volgende middag naar de stad. Euforie houdt dus tóch warm.
Het is winter! Koud buiten, vroeg donker. Tijd om weg te dromen.. naar vroegâh. Toen je nog lampjes in je schoenen had en je verliefd was op de juf. Maar vooral: toen zúlke coole rages je leven beheersten. Deze donkere maanden halen onze bloggers de goude herinneringen op aan the good old days.
Ze liggen weer voor me: Black Luster Soldier, Summoned Skull en Dark Magician. De kaarten nog net zo mooi als toen ze net uit het pakje kwamen, de blikken net zo strijdlustig als uit de serie, de krachten nog net zo sterk als toen ik acht was...
Welkom terug bij de vergane glorie van Yugi Moto, Yoey Wheeler en de immens slechte Marik. Welkom terug in de wereld van Yu-Gi-Oh!
Zondagochtend voor het schaatsenIk weet het nog goed. Ik was nog klein, basisschool-klein. Om 7 uur 's ochtends stond ik naast mijn bed om mijn ouders nog zeker 40 minuten te vervelen tot het grote moment was aangebroken.
In miljoenen huishoudens zaten de kindjes aan de buis gekluisterd: elke zondagochtend om 8 uur, vlak voor schaats- of zwemles, begon de dubbele aflevering van Yu-Gi-Oh!.
We vergaapten ons aan de grootste monsters, de spannendste battles en de fantastischste wereld van Yugi Moto en zijn vrienden. Pokémon was al lang van de aardbodem verdwenen: Yu-Gi-Oh! was het helemaal!
Plaatjes maken de manIk herinner me nog hoe ik samen met mijn vrienden op woensdagmiddagen, als we vroeg uit waren, naar de grote strip/spelletjes/kaarten-winkel mochten in een wijk vlakbij. Hoe we ons lieten overdonderen door de enorme hoeveelheid spelletjes en kaarten die daar verkocht werden en hoe we ons voor 5 euro keihard lieten afzetten. Voor 5 Yu-Gi-Oh!-kaarten met een folietje eromheen.
Maar kaarten maakten de man in die tijd. Iemand met een nieuw deck (30 euro!) was dè happening op het schoolplein. Er werd over je gepraat, geroddeld soms: "Oh, hij heeft het nieuwe aanvalsdeck, met Dark Energy en Mystical Elf erin!"
Spelen?
Het was de bedoeling dat je met de kaarten ook tegen elkaar kon spelen, maar dat werkte niet altijd even goed. Defense, Attack en alle andere lastige Engelse beschrijvingen waren nog niet zo makkelijk te begrijpen voor ons zesdegroepers.
Spelletjes begonnen vriendschappelijk, maar mondden vaak uit in hevige vecht- of huilpartijen, omdat één van de twee spelers vond dat hij keihard benadeeld werd. Maar hè, het was weer eens wat anders dan dat duffe knikkeren...
De fik d'r in!
Maar zoals dat met alle spannende tv-series gaat: er kwam een einde aan. Na de vierde herhaling van de serie konden we de cliffhangers van de tv-afleveringen met onze ogen dicht voorspellen en was ons zakgeld toch wel heel snel op na het kopen van wat nieuwe kaarten.
Langzamerhand raakte Yu-Gi-Oh! in verval. Klasgenootjes gooiden hun kaarten weg, verbrandden ze zelfs na school. Dat was pas vet: fikkie stoken.
In een laIk pleurde ze in een la, waar ik ze nog steeds tegenkom: eens per jaar tijdens het opruimen. Nog steeds kan ik het niet over m'n hart verkrijgen om ze weg te gooien, al die kaarten, al dat geld.
Die kaarten zullen me altijd blijven herinneren aan die zondagochtenden: Yu-Gi-Oh! kijken voor het schaatsen.
Het LAKS kijkt tevreden terug op de staking van afgelopen woensdag. Ondanks al die rellende pubers en een waterkanon van de ME.
Wij belden vice-voorzitter Geke, inmiddels bijgeslapen, voor een terugblik. "We hebben woensdag onze stem laten horen," vertelt ze. "Het is nu zeker duidelijk geworden dat het ernst is."
OnrustErnst wat die ophokuren betreft, maar ook ernst voor de elf scholieren die woensdag werden gearresteerd. Tien werden na het afsteken van vuurwerk door oom agent in de kraag gevat, maar mochten woensdag of donderdag al worden opgehaald door hun (boze!) ouders. Eén gastje zit nog steeds in de cel, omdat-'ie een politieagent zou hebben geschopt.
"Dat vuurwerk hadden we wel verwacht," vertelt Geke. ''Daarom hadden we ook afspraken met de politie gemaakt. Tijdens de demonstratie zelf was het trouwens vrij rustig. Na afloop bleven er een aantal scholieren hangen die voor onrust zorgden.'' Want toen dat waterkanon eenmaal kwam, hadden de serieuze demonstranten al lang en breed hun biezen gepakt.
Sommige media schreven dat het LAKS vanwege de onrust expres een half uur eerder met de demonstratie was gekapt. Maar het programma was gewoon al 'op', hoorden we eerder van voorzitter Chanine:"Nee hoor, dat was niet expres, het was gewoon zo gelopen."
Volle bak?In eerste instantie zou de demonstratie op de Dam plaatsvinden, maar omdat het LAKS zoveel scholieren verwachtte, werd dat het Museumplein. Nu, na afloop, schrijft het LAKS op de site dat er tienduizend scholieren aanwezig waren, terwijl NRC Handelsblad het over duizend jongeren had. Hoe zit dat dan?
Geke: ''Het waren er veel meer dan duizend, maar geen tienduizend. Ook de politie heeft gezien dat er veel meer scholieren waren. In totaal kwamen er ongeveer vijfduizend scholieren protesteren, denk ik.'' Onze schatting: ruim tweeduizend.
Druk bezigUnd jetzt? ''We gaan natuurlijk gewoon door met lobbyen,'' zegt Geke. ''We willen de Eerste Kamer laten inzien dat de 1040-urennorm gaat leiden tot ophokuren. We hebben ze een aantal brieven gestuurd en we praten natuurlijk ook veel met ze, alleen dat komt minder in de publiciteit dan de staking zelf."
Wanneer weten we meer? Waarschijnlijk neemt de Eerste Kamer in februari een definitief besluit. Geke: "Tot dan zijn we er in ieder geval nog druk mee bezig.'' Scholieren.com houdt je op de hoogte. Maar eerst: VAKANTIE! Veel plezier.
December. Een maand vol leuke dingen doen, krijgen en geven. Een maand waarin ik zelf vaak behoorlijk materialistisch word. Al die schreeuwende 'kijk mij!'-cadeaus in de winkel, variërend van rijkelijk gedecoreerde chocoladeletters tot prachtig verpakte parfummetjes: hebben hebben hebben!
Maar december is meer dan surprises, groene bomen en galajurkjes. Gaat er bij het woordje 'kerstgedachte' al een belletje rinkelen?
Ik ben benieuwd naar de gulheid van jongeren, en ga de straat op met de stelling: "In december zou iedereen iets aan een goed doel moeten geven". Even peilen hoe (a)sociaal wij zijn!
"December is al duur genoeg"
Het is opvallend rustig op straat, en dat terwijl het voor het eerst in drie dagen een uurtje droog is. In de frietkraam spot ik uiteindelijk twee jongens.
"Goede doelen? Daar doe ik niet aan," roept Tim. "En je kunt mensen toch niet dwingen om geld te geven? December is al duur genoeg zonder al die collectes en dingen". Geen spoortje van een kerstgedachte dus? "Nee, daar hou ik me niet mee bezig".
"Dat is wel héél irrealistisch"
Frietkraambezoeker Jeroen is het niet eens met zijn vriend Tim. "Ik kan me wel vinden in de stelling. Zelf ben ik deze maand sneller geneigd om geld te geven, maar dat komt denk ik vooral omdat die goede doelen zich nu ook meer opdringen."
Dus iedereen zou rond deze tijd met de hand over het hart moeten strijken? "Tsja, eigenlijk wel. Maar dat is wel héél irrealistisch!"
"Ik geef aan Serious Request""Ik vind het best een goed idee," zegt Tommie. "Ik bedoel, Kerstmis is toch de tijd om aan anderen te denken, en dan vooral de mensen die het minder hebben".
Kijk! Zie ik daar een spoortje kerstgedachte? Op de vraag wat hij zelf dan zelf allemaal in december doneert, antwoordt hij: "Ik geef geld aan de Serious Request van 3FM. Maar dat is eigenlijk ook het enige."
Britt en Sem (17) "Ik vind mezelf een goed doel"In de Hema loop ik dan eindelijk twee meiden tegen het lijf: Britt en Sem (17). Een beetje terughoudend zijn ze wel: ze willen absoluut niet op de foto. Ook niet als ik ze de eeuwige roem van publicatie op Scholieren.com beloof. Of misschien juist daarom niet.
Wel zijn ze bereid op mijn stelling in te gaan: "Nee hoor, goede doelen, daar doe ik niet aan", zegt Sem meteen. "Ik vind mezelf al een goed doel, en daar gaat genoeg geld aan op!"
Britt vult aan: "Ik wil er zelf geen moeite voor hoeven doen, en die goede doelen komen ook niet naar mij toe of zo. En trouwens, ik doneer de rest van het jaar ook niet, dus waarom nu ineens wel? Dat is ook een beetje hypocriet, toch?"
Niet realistisch?Aan het eind van de middag concludeer ik ietwat teleurgesteld dat de maatschappelijke betrokkenheid van mijn leeftijdgenoten nog heel wat te wensen over laat. Of zou het aan mij liggen? Is het gewoon niet realistisch om van 17-jarigen te verwachten dat ze zich als een stelletje wereldverbeteraars gedragen?