Ik weet nog wel dat ik, een jaar of 7, samen met mijn buurmeisje door een steegje rende. We speelden namelijk dat we aan het vluchten waren voor de moordenaar en dat we hem gingen vangen. Op het moment dat we hijgend aan het einde van het steegje kwamen, knalde er iets vlak achter ons. We draaiden ons om en keken recht in de ogen van onze gevaarlijke buurjongen. Hij heette Kevin en was al 9 jaar. Zijn broer was al 11 jaar en nog veel enger.
We durfden een maand lang niet meer door het steegje te rennen, bang dat we onze gevaarlijke buurjongens weer tegen zouden komen. En het rotje in onze nek zou ontploffen.
Sinterklaas, kerst, oud en nieuw, en met een knaller de hele feestmaand afsluiten: allemaal heel leuk. Namelijk met rotjes, pijlen en sterretjes. De pijlen en de sterretjes zijn leuk. Maar de rotjochies met rotjes en andere rotzooi zijn irritant. Steek het nu af of bewaar het voor volgend jaar. En als je het afsteekt, doe dat dan volgens de regels. En niet richting mij of een brievenbus. Gewoon niet doen.
Iedereen weet dat het heel gevaarlijk is. Een rotje stelt niet zoveel voor, maar jongetjes met zaagsel in hun hoofd kunnen er behoorlijk veel schade mee aanrichten, dat weet ik zeker.
Mijn oppaskindjes van 9 en 11 jaar, zitten de hele dag op YouTube fimpjes te kijken waarin je kunt zien hoe hard iets ontploft als je er een vlinder, een strijker of een zelfgemaakte vuurwerkbom in gooit. Rotjes zijn al lang niet meer stoer, zij pakken het groter aan. Ze weten ook hoe ze een eigen lont moeten maken, welk vuurwerk illegaal is en hoe ze er toch aan kunnen komen. En ze snappen echt niet dat ik liever van mijn buurmans vuurwerk profiteer dan mijn eigen geld eraan uit geef.
Het is niet alleen geldverspilling om vuurwerk overal en altijd af te steken, het is ook behoorlijk irritant en gevaarlijk. Prullenbakken worden geterroriseerd en brievenbussen worden opgeblazen. Als mijn collega en ik pakketjes (voor jullie!) op de post willen doen als we toch naar buiten gaan, worden we van de brievenbus naar de AH, van de AH naar de tabakshop, van de tabakshop naar een postzak in de Plus en van de postzak in de Plus naar het postkantoor gestuurd. HOE irritant is dat!
Alleen maar omdat de brievenbussen smaller worden gemaakt omdat kindjes met zaagsel in hun hoofd er anders een rotje ingooien! HOE irritant! Kevin, pas op. Ik weet je te vinden. Ik ben nu iets ouder en twee rotjes in je kont is vervelender dan één in je nek!
Er zijn verschillende soorten moe. Je hebt de "ik ben scholier en denk dat ik het facking druk heb en ben dus maar moe." Al die mensen zeggen moe te zijn, immense watjes! Ook mogen we natuurlijk niet vergeten de "wanneer stopt mijn baby nou met 's nachts huilen en mij wakker te houden?" moe. Deze mensen zijn echt moe. Echter, mijn groep van vermoeide mensen, is het aller moest (moe, moeier, moest?).
Daan stort zich voor Scholieren.com in het Groningse studentenleven. Via z'n columns hoopt 'ie jou te behoeden voor de fouten die hij nu met overgave begaat.
Ik maak namelijk deel uit van de groep "ik ben al 5 maanden heel veel aan het feesten en drinken en studeren en slaap dus veel te weinig en maak mijn lichaam van binnen compleet kapot" moe. Tijdens colleges zit ik achterin chill dutjes te doen, tijdens de pauze van mijn werkgroep kwam zelfs mijn professor langs met de vraag: "Gaat het allemaal te traag voor je Daan? Als je het te makkelijk vindt, moet je het zeggen hoor." De aanleiding voor deze vraag was dat ik af en toe kleine dutjes zat te doen.
Gelukkig komt de kerstvakantie er dan eindelijk aan. Vanaf 20 december ga ik naar het heerlijke oord dat ik graag thuisthuis noem. Eindeloos bijslapen, vrienden van school opzoeken en ook nog moeilijk hard studeren. Het allerfijnste is nog dat ik pas de elfde weer tentamen heb. Oftewel, ik kan 20 dagen vertoeven bij mij ouders. Eindelijk klaar met die vermoeidheid.
Met twee immens drukke weken voor die vakantie met 3 presentaties, een afsluitend essay voor een vak en ook nog een herkansing. Daarnaast ook nog steeds geregeld aan de goudgele rakkers. Het duurde een maand, die laatste twee weken.
Maar goed, alles is achter de rug en ik kan het historische moment dat ik mijn allereerste studiepunten binnen heb met jullie delen!
Daarnaast is dit het laatste bericht dat jullie van mij krijgen in dit jaar. Het was een heerlijk jaar met het WK als hoogtepunt (en dieptepunt). Lieve mensen, fijne oud en nieuw, ga alsjeblieft geen vuurwerk kopen want het is hartstikke kut en geniet van je vakantie!
Rob helpt wekelijks tieners uit de brand op Scholieren.com, maar heeft daarnaast ook op z'n eigen site: roodgras.nl. En begin volgend jaar komt z'n tweede stripboek uit: die is hier al te bestellen!
Beste medescholieren, we hebben een probleem.
Het gaat bergaf met de beleefdheid van De Mensch. Vooral met die van ons, de jongeren. Als je de Nederlandse media en alle schrijfopdrachten voor Duits en Frans moet geloven, tenminste. Maar waarom?
Volgens sommige oudjes komt dat omdat de personages uit de serie New Kids helden zijn voor de schoolgaande jeugd. En oké, daar ben ik het wel een beetje mee eens. Op straat hoor ik niets anders meer dan 'VERREKTE KUT!". 1-0 voor de jeugdvantegenwoordig-haters.
Een slechter argument vind ik onze zogenaamde 'neurotische dwang om voortdurend aanwezig te zijn via social media'. Onze urenlange activiteiten op Facebook en Twitter zouden voor isolatie zorgen, en ons daarom onbeschofter maken. Mwah. Ik denk dat vooral de oudere generatie denkt dat dit het geval is.
Die begrijpt vaak namelijk niet dat het internet meer kan bieden dan gratis porno en illegale downloads. Het internet is tegenwoordig net zo belangrijk als geld. We hechten er zoveel waarde aan: we gebruiken het voor contact met vrienden en familie via Facebook, om discussieoorlogen te voeren op de comment-pagina van Youtube en zelfs het nieuws te kijken op de PC.
Dan is er nog een argument waar ik het écht niet mee eens ben: "Vroeger, toen we de kerk nog hadden, waren we veel beschaafder omdat we in de kerk leerden hoe we ons moesten gedragen'. Ja hoor. Wat een onzin. de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden met al haar bloed en verdriet uitgevochten, daar lijkt de kerk geen enkele invloed gehad te hebben.
Volgens mij ligt het volstrekt anders. Het komt niet door New Kids, of door ons, of door zeikende oudjes, nee, het ligt aan iedereen. Ie-de-reen.
Wij mensen zijn gewoon nog steeds een stelletje primitievelingen. Het liefst vechten we nog de hele dag. Moord en doodslag, jeej. We worden ons daar nu alleen bewuster van omdat wij sneller informatie kunnen verzenden. "Gast! CHECK DIT FILMPJE!", en zo. Het is dus absoluut niet zo dat er vroeger geen onbeschoftheid of onrechtvaardigheid bestond.
Omdat onze manier van samenleven zich ontwikkeld heeft tot wat we nu kennen en het lastiger is om je buurman een oog uit te steken als z'n kat weer bij je op het gazon kakt, stappen we langzamerhand over op meer verbale agressiviteit. 'Kut!' En dan durven sommigen nog te zeggen dat taal alles is wat ons onderscheidt van de beesten.
Beste medescholieren, laten we nou eindelijk eens gaan evolueren.
Van de Tweede Kamer mag-'ie afgeschaft worden, het liefst zo snel mogelijk. Het LAKS wil hem absoluut houden: de Cultuurkaart. Een pasje dat bovenbouwers van school krijgen om met korting naar het theater, musea en andere cultureel brave dingen toe te gaan. Voor sommige scholieren is 't het pronkstuk in de portemonnee, anderen stoppen de kaart het liefst zo ver mogelijk weg.
Ik ging de straat op om te vragen of de gemiddelde scholier de kortingspas nuttig genoeg vindt. De stelling? 'De Cultuurkaart mag best wegbezuinigd worden, ik gebruik 'm toch nooit'.
I. Marjolein (16)"De Cultuurkaart?" Er ontstaat een lachje op haar gezicht. "ja, die gebruik ik wel eens. Laatst heb ik er nog een sjaal van gekocht", en ze wijst me de sjaal aan die ze om haar nek draagt. "Ik vind het best een handig pasje, bij sommige winkels kun je er kleren mee kopen en in november ben ik gratis naar de bioscoop geweest. Vorig jaar mochten we het geld op de Cultuurkaart (€10) van school houden. Van mij mag de kaart niet wegbezuinigd worden hoor!".
II. Rick (16)"Van mij mag-'ie niet weg, hoor" zegt Rick. "Dit jaar heb ik bijna alle prijsvragen op de website ingevuld, dat waren er een heleboel. Zo kan je een brommerrijbewijs, films, Playstation 3 -spellen en gratis toegangskaartjes winnen. Altijd hopen dat ik de gelukkige ben! Verder ga ik in de kerstvakantie voor €10 een dagje met de trein, hartstikke goedkoop".
III. Sietske (13)"Ach, de cultuurkaart zit ergens weggestopt in mijn portemonnee. Ik heb hem nog nooit gebruikt. Dit jaar mogen we het geld wat er op staat niet eens zelf gebruiken, dat wordt door school gedaan. Pas in de vierde klas krijgen we de €10 zelf te besteden. En dan nog, de winkels waar ik wat wil kopen, accepteren de Cultuurkaart niet. Van mij mogen ze 'm best wegbezuinigen!".
IV. Manon en Esmee (tweeling, 17)Bij het woord 'Cultuurkaart' begint de ene helft van deze twee-eiige tweeing chagrijnig te kijken, terwijl de andere helft een beetje glundert. Manon: "Nee, ik gebruik mijn Cultuurkaart nooit. Zou ik hem niet al weggegooid hebben? Zonde van het geld, dat elke scholier in Nederland zo'n ding krijgt". Esmee denkt daar heel anders over: "De Cultuurkaart is toch juist geweldig! Ik heb een heleboel sieraden gekocht, sommige zelfs helemaal gratis! Van mij moet dat ding echt blijven!".
Conclusie: de meningen onder schoolgaand Nederland lijken behoorlijk verdeeld. De tweelingzusjes heb ik zelfs ruziënd weg zien lopen, discussiërend over het nut van de Cultuurkaart. Eén ding is zeker: de pas wordt anno 2010 nog redelijk veel gebruikt. Hoe cultureel dat is, valt soms te betwijfelen (sieraden? sjaals?), maar ach. Korting is korting.
Een boek lezen voor school? Jammer dat docenten alleen maar saaie romans het jaar nul adviseren. Gelukkig kan je met behulp van Scholieren.com en onze boekverslagenschrijver Kees van der Pol een wat moderner boek uitkiezen voor je lijst: elke week hebben we een verse aanrader voor je.
Alles kantelt is de zevende roman van de niet-zo-bekende schrijver Tomas Lieske. Z'n vorige boeken gingen over de verhouding van kind tot volwassene, maar in z'n nieuwste exemplaar heeft hij een origineler literair idee. Anton, een man van 34, lijdt aan epilepsie, heeft twee jaar ervoor zijn vrouw bij een ongeluk verloren en ziet op een dag zijn 'jongere ik' op straat lopen, zo weggelopen van een schoolfoto toen hij acht jaar was. Hij gaat met dit jongetje een reis naar Duitsland maken. Onderweg bekruipt je steeds het gevoel dat er sprake is van een vader-zoonrelatie, maar dat is het dus niet.
De oudere Anton is namelijk vergeten wat er na de oorlog is gebeurd. Zijn ouders hadden een Duits meisje in huis genomen, maar hij weet echt niet meer wat daarmee gebeud is. Hij heeft het laten verdringen. Dat is een interessant literair gegeven. De jonge Anton kan zich echter alles haarfijn herinneren.
Lieske gebruikt bovendien de structuur van de Möbiusband, een leuke wiskundige figuur. Daardoor kantelt alles in het boek: Lieske weeft allerlei spiegelingen, vooruitwijzingen en terugverwijzingen in zijn verhaal. En je zult als lezer ook flink moeten nadenken, want veel uitleggen doet de auteur niet. "En zo hoort het ook", vindt boekverslagenschrijver Kees.
Zijn oordeel: niet alleen de inhoud blijft tot het einde interessant, ook de prachtige zinnen die heel poëtisch aandoen zullen de lezer kunnen bekoren. Literatuur van een hogere klasse, die alleszins de moeite van het lezen waard is.
Schade: niet heel veel (244) pagina's. Levert wel wat op: drie punten op je literatuurlijst.
Met trots presenteren we Scholieren.com's Kerstverhaal 2010: geschreven door onze nieuwe redacteur Rutger II (16). Over een bijzondere ontmoeting tussen een leraar en een oud-leerling.
Kerst voor de supermarktIk moest daar staan, onder het oh zo mooie lantaarnlicht dat mij een vrolijke kerst probeerde toe te wensen. Ik moest daar staan, uur na uur voorbij voelen gaan, het ongeduldige, rillende getik van mijn schoenen op de straat aanhoren. De blikken van de argeloze voorbijgangers lezen, iedereen groeten, even dankbaar knikken als iemand iets terug zei. Sommige mensen door de gladheid zien uitglijden en dan vooral niet lachen – anders kon ik het wel vergeten.
Ik had in het begin nog mensen overeind geholpen, maar ze reageerden nors. Ze dachten dat ik me uitsloofde. Dat ze nu nooit meer van mij af zouden komen. Wat dachten ze wel!
Een man groette mij, ik trok mijn beide wenkbrauwen op omdat ik zijn gezicht herkend had: de geschiedenisleraar die mij in de 2e en 3e klas van de middelbare school wijzer had willen maken. Dat doen docenten toch? Waarschijnlijk is het hém nog gelukt ook. Alleen hem. Dat ik in de 4e mijn diploma haalde lag meer aan afkijkmethodes dan aan ook maar iets snappen van de stof.
Hij was een man met speciale passie voor buiten-Europese geschiedenissen en dan vooral voor de volken uit Midden- en Zuid-Amerika – uren vertellen over Maya's, Azteken of Inca's terwijl we voor de toets moesten weten hoe Nederland eraan toe was rond 1880.
Nu keek hij mij strak aan – zonder een spier te vertrekken. Er bewogen tallozen mensen achter hem langs, soms ook voor hem heen, maar hij bleef staan en kijken.
Uiteindelijk bleek meneer van Briegbeugel de herinneringen aan de ietwat onopvallende scholier weer redelijk op een rijtje gezet te hebben, want hij knipoogde en noemde het jaartal "1531" dat ik als enige wist te koppelen aan de juiste gebeurtenis: het begin van de verovering van het Incarijk. Hij leek er iets aan toe te willen voegen, baande zich tussen wat mensenlijven een weg naar mij en zei: "Waar heeft het jaartal je gebracht?" en ik glimlachte – wat kon ik anders? Tot een onvoldoende op de repetitie die over heel iets anders ging en tot dit afschuwelijke 'baantje'.
Ineens leek tot hem door te dringen dat hij al minuten voor de supermarkt stond, terwijl zijn vrouw wachtte op een blik Unox-soep dat hij met zijn lerarenloontje als voorgerecht bij de kerstmaaltijd in zijn handen hield.
Hij zou haar vertellen wanneer Unilever opgericht was, dat het in 1871 als een kleine margarinefabriek begon. "Zoek het maar op," had hij gezegd. "Maar zoek dan goed. Want 1871 startte de firma Attoon Jurgens die in 1929 fuseerde tot Unilever." Hij had geglunderd, de klas gegeeuwd. Al die geeuwende kinderen waren meer geworden dan ik, maar ik wist nu nog details van de stichting van Unilever alsof ik erbij geweest was. En toch een onvoldoende op die repetitie.
"Plukken ze je al van de straten? Moet je verplicht in daklozencentra overnachten?" Ik knikte nors.
"Dat is pas kerst," zei ik. "mensen van de straat plukken omdat je niet wil dat iedereen overdag tegen doodgevroren daklozen aan moet kijken. Heus niet in de eerste plaats omdat ze ons willen helpen hoor. De klootzakken."
Hij leek nog iets te willen zeggen, een optimistisch licht over de situatie laten schijnen, maar hield toch zijn mond. Mijn voet was sneller gaan tikken, mijn neus nu ook gaan lopen.
"Hoe ga je morgen de kerstavond vieren?" vroeg hij ineens.
"Wat smakeloos, halflauw eten naar binnen werken in zo'n vreselijk tehuis. Maar ik mag niet klagen, ik leef nog."
Hij wierp mij twee muntstukken toe – even voelde ik mij een bedelaar, een sloeber; maar ik ving de ene munt met mijn hand, de andere op een krant en zag een Duitse Adelaar onbeweeglijk met gespreide vleugels de wereld inkijken. Ik stak hem een krant toe die hij nooit zou inkijken: het Straatnieuws.
Hij pakte een pen, schreef iets op de krant, scheurde het beschreven stukje af en gaf het aan mij. Ik moest het slordig gekrabbelde handschrift een paar keer doorlezen voor ik erachter kwam dat het zijn adres was. Hij wees en legde de route uit. Ik duwde zijn wijzende arm omhoog. Nu stak hij zijn vinger op. Nu was ik de docent. Hij lachte en zei: "Je bent morgenavond welkom vanaf vijf uur."
Zou je ook wel je eigen bedrijf willen beginnen? Geen baas die aan je kop zeurt, je eigen werktijden bepalen en als je succes hebt, steek je de winst in eigen zak. Maar hoe pak je dat aan?
Dat lees je op kvk18.nl, opgericht door scholierenondernemers Thijl Klerkx (16) en Robert van Hoesel (17) om andere scholieren te helpen bij het opstarten van een eigen bedrijfje. Ik belde met de beide jongens en vroeg hun hoe zij het voor elkaar kregen.
Ik wil ondernemen, waar moet ik beginnen?
Nog voor ik ook maar één vraag aan deze gasten kan stellen, krijg ik direct en ongevraagd het advies om het ondernemen 'gewoon te doen'. Robert, die een eigen websitebouwbedrijfje runt: "Je moet vooral niet te lang wikken en wegen. Neem eerst eens contact op met iemand die iets vergelijkbaars doet. Een ondernemer van wie jij denkt dat hij of zij je kan helpen."
Robert is vooral gepusht door een autohandelaar waar hij toen websites voor maakte. Thijl (over wie we al eens een videoreportage maakten) brengt met een bakfiets biologisch voedsel rond in Amsterdam. Hij besprak zijn plan met zakenvrouw en jonge-ondernemers-helper Annemarie van Gaal. Erg nuttig, vond 'ie, maar: "Je moet adviezen en kritiek van iedereen aan durven horen, maar het ook soms kunnen negeren."
Hoe combineer ik dit met school?Thijl zorgt dat hij in een drukke schoolweek zijn mailbox laat voor wat het is. Hij plant braaf altijd genoeg uren in voor zijn huiswerk en maakt geen afspraken onder schooltijd. Z'n bedrijfje staat dus eigenlijk altijd op de tweede plaats.
Robert is een heel ander verhaal: als het goed gaat met zijn bedrijf, gaat het op school matig. En andersom. Omdat 'ie als een malle voor zijn toko werkt, doet hij 5 vwo inmiddels voor de tweede keer. Hij neemt zijn laptop geregeld mee naar school om in tussenuren te werken. "Ik zou het op zich wel rustiger kunnen maken door minder opdrachten aan te nemen. Maar dat merk ik wel gelijk aan mijn salaris."
Het inschrijven bij de Kamer van Koophandel (waar ieder bedrijf zich moet inschrijven) heeft Robert 50 euro gekost. Verder heeft hij geen kosten. Afhankelijk van de hoeveelheid opdrachten heeft hij nu al een goed inkomen.
Thijl moet zich meer op de lange termijn richten: hij moest om te beginnen zijn bakfiets van 3000 euro aanschaffen. "Daarnaast had ik onder andere geld nodig voor het kopen van koelelementen om vlees koud te houden, een PIN-apparaat en het laten drukken van briefpapier en visitekaartjes." Annemarie van Gaal was zijn investeerder, zij geloofde in zijn idee en leende hem het geld. De winst die Thijl nu maakt, gaat in het aflossen van zijn leningen.
Vinden mijn ouders dit wel goed?Roberts ouders willen graag dat hij snel zijn schooldiploma haalt. Robert: " Ze werkten me eerst tegen en hebben me nooit geholpen. Ik moest een halfjaar zeuren voordat ik me bij de Kamer van Koophandel in mocht schrijven. Ze willen dat ik meer tijd in school stop. Maar mijn bedrijf wordt steeds serieuzer. En dat weten ze ook."
De ouders van Thijl doen een stuk minder moeilijk. Wel heeft 'ie met ze afgesproken dat hij financieel niet met ze in zee gaat. "Ik wil namelijk echt geen ruzie met mijn ouders over geld krijgen".
Hoe kom ik aan klanten?Robert en Thijl gaan allebei naar evenementen voor ondernemers. Hier bouw je een netwerk op. Thijl heeft wel een beetje geluk gehad met de rollende sneeuwbal wat betreft de media. Hij heeft veel interviews gedaan en is daardoor bekend geworden.
En sinds kort hebben ze dus een eigen website en netwerkevenement (7 januari in Amsterdam), speciaal om ondernemende jongeren op weg te helpen. Thijl: "Ik hoorde best wel vaak van kinderen dat ze goede ideeën hadden, maar dat ze het eng vonden die in de praktijk te brengen omdat ze bijvoorbeeld niet wisten wat voor regels erbij komen kijken.
"Ik wist uit mijn eigen ervaring dat alles best wel meevalt als je eenmaal weet hoe het zit, maar er was nog geen website waar je duidelijke informatie over die regels kon vinden. Die is er nu wel: kvk18.nl. Want met een goed idee moet je gewoon beginnen!"
"Jij snapt er ook helemaal niets van hè!" schreeuwde ik tegen mijn moeder. Ik smeet de deur, met een keiharde klap als gevolg, dicht. Waarom moet ze zich altijd met mij bemoeien? Ik ben toch gewoon ik? Ik mag het toch gewoon allemaal zelf weten wat ik doe? Alsof zíj het allemaal zo goed weet. Eerst laat ze zich dumpen door papa, vervolgens leest ze boeken met als titel: "10 stappen om je puberkind te straffen." Ze zoekt het maar uit, vanavond ga ik naar die nieuwe discotheek, of het nou mag of niet.
Rosan de Vos (16) won met dit verhaal de vijfde plaats van de schrijfwedstrijd "Watjes & Schatjes' die Scholieren.com met dagblad Trouw organiseerde. Rosan zit in 4 havo op het Cals College in Nieuwegein.
Met een zucht plofte ik op mijn bed. Ik zou me eigenlijk eens moeten opmaken, in tijden niet gedaan. Vroeger deed mama het altijd, maar nu heeft ze lak aan me gekregen. Sinds ze achter mijn slechte schoolcijfers is gekomen doet ze steeds minder voor me. "Je bent het niet waard," zegt ze dan. Fijn, mama.
Ik stond op en ging voor de spiegel staan. Wat ik zag was een gezicht des duivels. Lelijk. Vies. Met man en macht greep ik naar mijn eyeliner: een extreme make-over aan huis was begonnen.
"Kom jij eens heel snel hierheen!" klonk er van beneden. Ik schrok, normaal ben ik degene die altijd schreeuwt. Strompelend en gapend, om mama te irriteren, liep ik de trap af. Ik zag haar woedende gezicht en vreesde het ergste.
"Is dit pakje sigaretten van jou?" Ik voelde dat ik rood werd, schudde van nee.
"Lieg niet tegen me!" zei ze. "Is dit van jou?" Ik voelde een spanning opkomen, haar ogen staarde me aan met een blik vol haat en teleurstelling. En toen knikte ik. Heel zachtjes bewoog ik mijn hoofd van onder naar boven en terug.
"Kijk me aan als je wat wilt zeggen!" Het klonk nu nog harder.
"Ja, dat pakje is van mij," fluisterde ik, wetend dat ze het niet kon horen. Mama trok met haar hand mijn kin omhoog. Ik werd een beetje bang, maar schoot fel uit: "Dat pakje is van mij, mama! Van mij! Ik rook! Zie je dat?"
Ik pakte een peuk en stak hem aan, de rook blies ik in mama haar gezicht.
Ze schrok.
Ze sloeg. Was dit stap 1?
Ze sloeg niet hard en weliswaar uit een reflex, maar toch kreeg ik een klap. Ik rende weg, de discotheek vergat ik. Ik liep verontwaardigd over straat. Het was avond en het werd donker. Hier en daar een fietser die zijn fietslicht aanzette, hier en daar een traantje bij mij.
Want stiekem houd ik toch zoveel van mama.
Het is een algemeen aanvaarde waarheid dat kinderen eigenlijk altijd wel wat aan te merken hebben op hun opvoeding. Ze vinden hun ouders te streng of te soft, te duidelijk of er zijn juist te weinig regels. Deze waarheid zit zo in ieders achterhoofd gefixeerd dat iemand die zijn opvoeding wel top vindt, dat tegenover zijn vrienden niet durft toe te geven. Nee, ik geheel anders. Een gesprek dat ik onlangs met mijn moeder had, laat zien dat ik op dat gebied mijn vrienden ver voor ben.
Jane Arends (17) won met dit verhaal de vierde plaats van de schrijfwedstrijd "Watjes & Schatjes' die Scholieren.com met dagblad Trouw organiseerde. Jane zit in 6 vwo van het Ichthus College Veenendaal.
Het Inzicht kwam op een donderdagavond, rond de klok van negenen. Het was koud, het had geregend, maar nu waren de wolken weg. De maan liet het natte asfalt glinsteren. Mijn moeder en ik kwamen van het fitnessen vandaan. We fietsten nogal hard, want mijn zusje moest opgehaald worden van haar halfwekelijkse frisbeetraining.
Ik ergerde me er aan, keek opzij naar mijn moeder en vroeg: 'Mam, waarom halen jullie haar eigenlijk op, met de auto!? Ik moest altijd alleen heen en terug, weer of geen weer, donker of licht! Beter gaan jullie eens anders opvoeden!'
Ze wierp me een blik toe en knikte rustig. 'Je zusje is anders dan jij. Jij deed het gewoon, boeide jou het wat? Zij is wat angstiger aangelegd.'
'Ja dus? Als jullie haar altijd ophalen zal ze nooit steviger in haar schoenen gaan staan!'
'Ik herken mezelf in haar. Zij lijkt op mij, jij op je vader. Ik was altijd bang. Als ik alleen thuis was, geld moest brengen naar de bank, of als ik een feestje had.'
Ze glimlachte en vertelde dat ik vroeger als kind altijd verder weg ging spelen dan ik mocht. 'Jij was altijd avontuurlijk, nooit bang. Als we je ophaalden van sport, was je boos, want je was 'groot zat'.' Ik grijnsde.
'Binnen grenzen voelen kinderen zich het prettigst. Geef ze het gevoel dat ze ruimte hebben, maar toch doen ze alleen wat jij ze toestaat.'
Ik keek voor me en overdacht haar woorden. Ze had gelijk en ik glimlachte ook bij de herinneringen.
'Jij bent slim, kan het vwo makkelijk aan. Je zusje is anders. Ze leert hard, en wil graag. Als we haar nu ophalen, kan ze ook nog leren voor de toets van morgen. Al haalt ze de havo niet, dan heeft ze het in ieder geval geprobeerd. Al zal ze nog zo teleurgesteld zijn als ze het niet haalt.'
Ik knikte. Ik deed vwo op mijn sloffen. Ik overdacht mijn opvoeding. Mijn broer, zusje en ik verschillen zoveel, en allemaal zijn we op een passende manier opgevoed. Zusje en broer waren altijd redelijk braaf, ik ging altijd over grenzen heen. Altijd werden we gestimuleerd dingen te ondernemen en te proberen. Of we nu faalden of niet. We reden door het rode verkeerslicht. Bijna thuis. 'Mam? Ik denk dat ik later mijn kinderen net zo ga opvoeden.'
'Zelfs dan maakt iedereen fouten. Je doet je best, en dat is alles wat je kan doen.'
En we reden het tuinpad op.